Versnellen en realiseren van de groene waterstof economie in Nederland

Nederland staat met de rest van de wereld voor een immense klimaatopgave. Onze op fossiele grondstoffen gebaseerde maatschappij en industrie moeten worden omgebouwd. Hiervoor is groene waterstof nodig als trekkracht voor die transitie. GroenvermogenNL werkt daaraan in een samenhangend programma langs diverse pijlers met grote ambities.

Op dit dashboard ziet u de impact van de waterstoftransitie op de arbeidsmarkt. Het is ingedeeld in 3 hoofdstukken; Arbeidsaanbod, Arbeidsvraag, en Spanning tussen vraag en aanbod.

Gebruik de hoofdstukken hieronder om meer informatie te krijgen over arbeidsaanbod, arbeidsvraag of spanning.

Of bekijk hier het gehele onderzoek

Arbeidsaanbod Arbeidsvraag Spanning

Arbeidsaanbod

In dit hoofdstuk ziet u het historische arbeidsaanbod per COROP-regio. Dit omvat zowel de huidige werkgelegenheid (het aantal mensen dat al werkzaam is in relevante sectoren) als het nieuwe aanbod (afkomstig uit opleidingen en andere sectoren). Daarnaast is er instroom vanuit het buitenland (arbeidsmigranten). De vier figuren hieronder presenteren elk een deel van het verhaal. 

De randstad levert veel Waterstof-relevante studenten

Deze figuur toont het aantal afgestudeerden met een relevante opleiding voor de waterstofeconomie, per COROP regio. De meeste personen die beschikken over de juiste kwalificaties en/of werkervaring die nodig is om (in de toekomst) succesvol werkzaam te zijn in de waterstofsector wonen in de randstad (COROP-regio Groot Rijnmond, Groot-Amsterdam en Utrecht).

Arbeidsmigranten

De figuur rechts toont de jaarlijkse instroom van arbeidsmigranten per sector. Met het dropdown-menu kunt u een van de jaren 2012-2022 selecteren. Zo kunt u zien dat het aantal arbeidsmigranten de afgelopen jaren fors is gestegen. De meeste arbeidsmigranten zijn werkzaam in de ICT, Industrie en ‘Vervoer en opslag’.

Instroom vanuit opleidingen (FTE) per jaar

Deze figuur toont de instroom vanuit opleidingen in sectoren die belangrijk zijn voor de waterstofeconomie. Zij krijgen een steeds belangrijker aandeel, met name de IT-sector en de sector Architecten en industrieel ontwerp. De industriesector laat dit in mindere mate zien. Het aandeel van de sector vervoer laat over de periode 2010-2022 een constante stijging zien in hoe belangrijk deze is voor de waterstofeconomie. Hoewel deze sector wel sterk groeit in de jaren 2011-2014, zet deze stijging niet door in de opeenvolgende jaren. Voor energie en waterbeheer is het aantal afstudeerders ook redelijk constant over tijd. De bouw laat daarentegen een daling zien.

Behoefte geschoolde arbeiders

Deze figuur toont dat bovengenoemde sectoren behoefte hebben aan zowel praktisch- als theoretisch geschoolde arbeiders. In de beginjaren is het opleidingsniveau voor een grote groep onbekend. De reden hiervoor is dat er geen administratieve gegevens beschikbaar zijn voor opleidingsniveau. Daarom wordt gekeken naar de ontwikkeling van de verhouding tussen de opleidingsniveaus over tijd.
Als het percentage met een hbo- en wo-opleiding stijgt over tijd, terwijl het percentage met een mbo-opleiding daalt over tijd, impliceert dit een toename van kennisintensieve arbeid. De figuur laat zien dat dit niet het geval is.

Over de periode 2010-2022 verdubbelen vrijwel alle percentages voor zowel hbo-, wo- en mbo-opleidingen.16 Hierdoor lijkt het onwaarschijnlijk dat de sectoren enkel behoefte hebben aan praktisch dan wel theoretisch geschoolde arbeiders.

Arbeidsvraag

Hieronder tonen we de geschatte arbeidsvraag als gevolg van de investeringen in een waterstof economie in de periode 2024-2030. Omdat het een schatting betreft zijn er meerdere scenario's opgenomen, zoals gedefinieerd in het volledige rapport door CE Delft en SEO Economisch Onderzoek. U kunt voor elk van de onderstaande grafieken het scenario selecteren en zien hoe dit scenario doorwerkt in de arbeidsvraag.

Totale arbeidsvraag

Hier ziet u de totale arbeidsvraag in FTE in Nederland, voor de periode tot 2030, op basis van het daaronder genoemde scenario.
De totale cumulatieve directe vraag naar arbeid in de periode 2024-2030 ligt tussen de ruim 33.000 en 38.000 fte. Het grootste deel vindt plaats in midstream activiteiten. Deze aantallen zijn in zowel de boven- als ondergrens gelijk, omdat dezelfde investeringen gedaan worden.

Totale arbeidsvraag per scenario

De totale arbeidsvraag per scenario is hier rechts weergeven. Duidelijk is dat de verschillen in de totale arbeidsvraag per scenario relatief klein zijn, omdat in elk scenario uiteindelijk dezelfde investeringen gedaan worden, zij het in andere sectoren van de economie.

Meest gevraagde beroepen

De figuur hiernaast toont de meest gevraagde beroepen voor het realiseren van de waterstofeconomie in de komende 6 jaar. Duidelijk is dat de aanleg van de infrastructuur veel transport, ingenieurs en assemblage vraagt.

Vraag per Ketenstap

Per stap in de keten word duidelijk dat het gros van de arbeid gevraagd wordt in de midstream. Dat betreft transport, distributie en overslag van Waterstof. Vervolgns voorzien we arbeidsvraag in upstream sectoren (producie en import van waterstof). Voorzien wordt dat de downstream sectoren nog relatief weinig vraag kennen. Dat is logisch, omdat downstream het eindgebruik van waterstof betreft, welke nog op gang moet komen na het realiseren van opwekking en distributie infrastructuur.

 

Vraag per Arbeidsfase

De Aarbeidsfasen betreffen, per stap in de keten, respectievelijk activiteiten die nodig zijn om installaties op hun plek te krijgen en te installeren, te realiseren, te exploiteren en waar relevant R&D te verrichten. Hier zien we dat de transport en installatie activiteit de belangrijkste is, simpelweg omdat de keten nog opgebouwd moet worden.

Vraag per Opleidingsniveau

Deze grafiek toont dat de arbeidsvraag zich met name richt op ingenieurs en geschoolde technici, alsook mensen met een wetenschappelijke opleiding.

Spanning

In onderstaande figuren staan de vewachtingen over vraag en aanbod in arbeid voor de waterstoftransitie, en de verwachte spanning daartussen.

Instroom via arbeidsmigratie

Op basis van bovenstaande gegevens is het mogelijk om te voorspellen hoe de instroom via arbeidsmigratie zich de komende jaren ontwikkelt. Naar verwachting neemt de instroom via arbeidsmigratie toe naar ruim 78.000  tot 145.000 fte in 2030, afhankelijk van het gekozen scenario. (een stijging van zo’n 5.000 fte per jaar)

Cumulatieve vraag

De cumulatieve vraag tot 2030 (111.000 fte), inclusief nieuwe vacatures, door middel van één volledige instromingsjaar op de arbeidsmarkt kan worden ingevuld. Dit instromingsjaar in ons stock-model (cohorten) genereert dan extra aanbod voor de waterstoftransitie, zonder deze reservoirs in te zetten voor andere maatschappelijke opgaven zoals digitalisering of de zorg. Dit geeft aan dat hier sprake is van een forse extra vraag, in het licht van de spanningen die dus nu al op de arbeidsmarkt optreden